HOME

ARTIKELEN

 

HAND OP DE TROON DES HEREN !

En hij zeide: De hand op de troon des HEREN ! De HERE heeft een strijd … (Exodus 17:16)

Na 400 jaar van verdrukking en slavernij, had de Heer Zijn volk Israël bevrijd uit Egypte. Dit was de vervulling van de profetie die Hij Abram had gegeven (Genesis 15:13-16). God had Mozes uitgekozen om dit werk voor Hem te doen. God zou Zijn volk naar het Beloofde Land brengen, maar te Refidim (wat "rustplaats" betekent) viel Amalek Israël aan (Exodus 17:8). De vijand gunt u geen rust en valt u aan op uw zwakste momenten, als u moe bent en rust wil.

Mozes had geestelijk inzicht. Mozes had leren vertrouwen op God. Mozes sprak wijze woorden, hij zei niet: "ik heb een strijd," maar "de Heer heeft een strijd". Het was niet de zorg van Mozes om Gods volk in het Beloofde Land te krijgen, Mozes wentelde zijn zorgen op de Heer.

Dat betekende niet dat Mozes en het volk niets moesten doen, zij moesten hun deel doen, God zou Zijn deel doen. God beloont mensen die in Hem geloven en op Hem vertrouwen. Hij begreep dat deze strijd een geestelijke strijd was. De HERE heeft een strijd…”.

Alhoewel Mozes persoonlijk geconfronteerd werd met vijandelijke aanvallen, zag hij het niet als een persoonlijk probleem, wat hij moest oplossen. God had hem uitgekozen om Zijn volk uit Egypte te leiden naar het Beloofde Land. Dus was het ook Gods probleem om Zijn volk te beschermen. Wat niet wil zeggen dat Mozes niets moest doen. Hij deed wat hij wist dat hij moest doen en wat in zijn mogelijkheden lag. Het onmogelijke zou God doen. Mozes moest geloven in Gods macht en tussenkomst.

Mozes beklom de heuveltop die het strijdveld overzag en zolang de staf Gods (beeld van door God gegeven autoriteit) omhoog bleef, hadden de strijders van Israël de “overhand”. Toen Mozes moe werd en de staf liet zakken had Amalek de “overhand”.

Dit laat duidelijk het geestelijke karakter zien van deze strijd. Zolang Mozes de overwinning in de hemelse gewesten had, had het leger van Israël de overwinning. De strijd speelt zich eerst af in de hemelse gewesten en het resultaat hiervan, laat zich zien in de natuurlijke wereld. Zolang Mozes “de hand op de troon des Heren” had, had hij de overwinning.

Ook vandaag worstelen we niet tegen vlees of bloed, maar tegen geestelijke machten. Echter onder het Nieuwe Verbond hebben we Jezus Christus, gezeten aan Gods rechterhand. Hij heeft de overwinning reeds behaald. Hij heeft de geestelijke overheden en machten ontwapend en openlijk tentoon gesteld en over hen gezegevierd (Kolossenzen 2:15). Jezus zit boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam (Efeziërs 1:21).

Deze overwinning deelt Hij met Zijn Lichaam, Zijn Gemeente op aarde. In Christus zijn wij geestelijk medeopgewekt en is ons een plaats gegeven in de hemelse gewesten (Efeziërs 2:6). Jezus heeft onze strijd al lang gevoerd. Wij zijn meer dan overwinnaars (Romeinen 8:37). Bekleed u met de wapenrusting waarin God heeft voorzien en eis die overwinning op en neem Gods beloften in bezit (Efeziërs 6:10-18). Lees ook: Exodus 9:29, 33; 1 Timotheus 2:8.

Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden. (Markus 11:24)

Jezus leerde wat ons deel is van de actie: "bidden, begeren en geloven". "Het zal geschieden" is Gods deel. Wij moeten doen wat mogelijk is en wat we weten dat we moeten doen. God zal het onmogelijke doen

Als u een Christen bent, mag u erop vertrouwen, dat Hij die in u een goed werk is begonnen, dit ook tot een goed einde zal brengen (Filippenzen 1:6). Wanneer er problemen op uw pad komen, stel dan uw vertrouwen op de Heer. Het is niet uw strijd. Hij heeft beloofd om het tot een goed einde te brengen. Doe wat u moet doen en God zal Zijn deel doen. Geloof in Zijn overwinning. Trouwens, Christus heeft voor u reeds de overwinning behaald en deelt die met u (Kolossenzen 2:15). Lees ook Psalm 24.

Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt.
1 Timotheus 6:12


Naar Artikelen
- Naar overzicht

Jezus is Heer!

© Terebinten der Gerechtigheid - Jesaja 61:3