Dag 26: Wat is geloof ?

 
 

Hebreeën 11: 1 NBG

Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen , die men niet ziet.


Hebreeën 11:1 GNB

Geloven is zeker zijn van de dingen waar je op hoopt, ervan overtuigd zijn dat wat je niet ziet, toch bestaat.


Als mensen vandaag het woord 'geloven' gebruiken, heeft het niet meer de ware Bijbelse betekenis, maar draagt het iets van onzekerheid of vermoeden in zich.

Alhoewel Van Dale's woordenboek voor 'geloven' als definitie geeft: 'er vast van overtuigd zijn dat iemand of iets niet alleen in de verbeelding, maar in werkelijkheid bestaat'. Van Dale spreekt nog steeds van een vaste overtuiging, een vast vertrouwen. Voor 'geloof' zegt Van Dale's Woordenboek: 'vertrouwen in de waarheid van iets en een vast en onwankelbaar geloof in God en Gods Woord.'

We moeten 'geloof of geloven' terug zijn juiste betekenis geven. Zoals Van Dale zegt is het een vaste overtuiging en een vast vertrouwen.

Het woord voor 'geloof' komt van het Griekse woord 'Pistis' als zelfstandig naamwoord en het werkwoord 'geloven' komt van het Griekse 'Pis'Teuo'. Deze woorden betekenen volgens de Strongs Concordantie: 'denken dat het waar is, geloven, vertrouwen schenken aan, overtuigd zijn van de waarheid van iets.'

Hebreeën 11:1 HB

Wat is geloof? Het is de ABSOLUTE zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.


Onze aangehaalde Bijbeltekst zegt dat geloof dé zekerheid is. Dé zekerheid van de dingen die men hoopt. Het Boek zegt: de ABSOLUTE zekerheid. Geloven is een innerlijke zekerheid, een innerlijke overtuiging van de dingen die men hoopt. Geloof is de innerlijke zekerheid hebben, dat u genezen bent, dat Gods Woord de waarheid is, ondanks dat uw lichaam uiterlijk nog niet gezond is! Deze zekerheid geeft u het onwankelbare en vaste geloof in God en Zijn Woord.

Van Abraham, de vader van geloof, wordt gezegd:

Romeinen 4:20-21

Maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, in de VOLLE zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen.


Twijfelen aan Gods belofte staat gelijk met ongeloof. Abraham echter werd versterkt in zijn geloof, ondanks dat hij niet dadelijk het beloofde resultaat zag, ging hij God eren. Abraham had de VOLLE ZEKERHEID dat God bij machte was, in staat was, te doen wat Hij beloofd had! God eert wie Hem eren! God is een Beloner voor wie Hem ernstig zoeken. (Hebreeën 11:6)

"Hemelse Vader, ik dank U voor het openbaren van wat geloof is, het is het hebben van een innerlijke absolute, volle zekerheid. Het vaste vertrouwen dat U bij machte bent te doen wat U beloofd en gesproken hebt in Uw Woord. Mijn hoop en geloof zijn geankerd in de waarheid van Uw Woord. Ik geloof dat ik genezen ben in Jezus Naam omdat U het zegt. "

GENEZING BEHOORT U TOE !

TERUG

 

 

Jezus is Heer!

 
© Jezus Heer gemeenschap vzw